Inbreng initiatiefnota overleg Activering uit Arbeidsongeschiktheid

Voorzitter,

We spreken vandaag over meer dan alleen maar deze initiatief nota. We spreken over de vraag hoe we als samenleving omgaan met een stijgend aantal chronisch zieken, die door een goede gezondheidszorg gelukkig langer leven.
We spreken over hoe we omgaan met mensen die langer werken, maar wel met een gebrek of beperking.
Wat voor mij de belangrijkste beweegreden achter deze nota is, is dat ik niemand wil afschrijven. Dat ik uitga van wat mensen wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen en dat we samen mensen aansporen hun mogelijkheden tot participatie en werk te gebruiken. Want werk is meer dan een inkomen. Werken helpt vaak bij het verdere herstel.

Als mensen tijdelijk arbeidsongeschikt zijn, hebben ze een herbeoordeling van een verzekeringsarts nodig om vast te stellen of en wanneer ze weer kunnen werken. Ook als blijkt dat ze niet meer kunnen werken, moeten ze weten waar ze aan toe zijn.
Daar sta ik voor.

Ook wil ik voorkomen dat mensen worden verwaarloosd. Ik zou graag twee voorbeelden willen delen van mensen waarvan ik vind dat ze door de huidige praktijk van herbeoordelen te lang aan hun lot zijn overgelaten:

In 2008 wordt een productiemedewerkster, na twee jaar ziekte door een verzekeringsarts van het UWV gezien met klachten van fibromyalgie, verzuring die leidt tot pijn in spieren, pezen en banden. Ze wordt volledig arbeidsongeschikt geacht, in de WGA 80-100.
Ze gaat revalideren, waarna verbetering wordt verwacht. Een heronderzoek wordt gepland na 9 maanden om te toetsen of mevrouw hersteld is. Dat heronderzoek en de professionele herbeoordeling vinden niet plaats. Op verzoek van het werkbedrijf van UWV komt er zeven jaar later- ik herhaal 7 jaar later-, voor deze mevrouw eindelijk een herbeoordeling. Mevrouw blijkt niet gerevalideerd en de kans dat zij nog aan het werk gaat is ondertussen zeer klein. Als haar herstel was gevolgd, had dit kunnen worden voorkomen.

Een ander voorbeeld, die de andere kant van de medaille laat zien: een metselaar valt uit met rugklachten in 2010. Zijn werkgever biedt aangepast werk aan en de man gaat revalideren, de verwachting is dat hij zal herstellen. Uiteindelijk volgt er toch een zware rugoperatie in 2012, na twee jaar ziekte. Meneer wordt dan tijdelijk volledig arbeidsongeschikt verklaard, zes maanden na de operatie wordt door de verzekeringsarts heronderzoek geadviseerd. Dit wordt niet uitgevoerd. In 2015, drie jaar later, vraagt de werkgever een herbeoordeling aan. Op dat moment wordt geconstateerd dat de rug ingreep niet geslaagd was. Dat was al twee jaar duidelijk. Meneer heeft dus twee jaar lang onzekerheid gehad of hij weer moest werken en ook een te lage uitkering gekregen. Dit had voorkomen kunnen worden door een eerdere herbeoordeling, hij was namelijk al twee jaar volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en hoorde dus in de IVA thuis.

De wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen WIA is volgend jaar 10 jaar van kracht. De wet was een reactie op het schrikbeeld van bijna een miljoen arbeidsongeschikten: De WIA is in vele opzichten geslaagd: door de strenge initiële beoordeling, is de instroom in de WIA vergeleken met de WAO sterk gedaald. Als mensen gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn en bijverdienen, loont dit.
Maar het denken kan niet stilstaan.

Op een belangrijk punt werkt de wet niet: er is weinig tot geen uitstroom. De verblijfsduur in de WGA is de laatste twee jaar met twee jaar gestegen, van zes naar acht jaar. We willen allemaal voorkomen dat we een tweede WAO krijgen doordat mensen jarenlang niet worden gezien.
Als we ergens moeten beginnen, dan is het met het wegwerken van de grote achterstanden die er zijn in de professionele herbeoordelingen, de beoordelingen die zo succesvol zijn.
Het gaat mij er dan om, dat mensen waar de verzekeringsarts een herstelprognose voor heeft gegeven, tijdig worden gezien. Want 43% van deze professionele herbeoordelingen leiden tot een wijziging van de uitkering.

Van de mensen die tussen 2006 en 2013 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn beoordeeld, de zogenaamde WGA 80-100 groep, is maar 29% van mensen met benutbare mogelijkheden ooit herbeoordeeld, blijkt uit onderzoek in opdracht van SZW. Dat betekent dus 71% niet.
45% wacht al langer dan 5 jaar op een herbeoordeling of re-integratie naar werk, volgens het UWV.
Mensen verkeren hierdoor langdurig in onzekerheid.
Daar moet een einde aan komen. De WGA is nooit bedoeld als eindstation, waar het gemiddelde verblijf nu 8 jaar in is. De WGA is een vangnet voor iedereen die tijdelijk of gedeeltelijk niet meer kan werken, een tussenstation. Er moet worden bepaald of mensen duurzaam arbeidsongeschikt zijn of hersteld.
En de kans dat mensen herstellen is groot, laten we dit positieve vooruitzicht vooral niet vergeten:
58% heeft initieel een gunstige herstelprognose. Van hen die bij herbeoordeling gedeeltelijk herstellen, is de kans zelfs 74% dat ze uiteindelijk helemaal herstellen.
Meer dan 90% van de volledig arbeidsongeschikten met een psychische klachten, ervaart na verloop van tijd geen gezondheidsbelemmeringen meer.
Behandelingen helpen en dat is een goede zaak. Maar dat kan alleen maar leiden tot uitstroom naar werk als we deze mensen volgen. We kunnen mensen niet voor jaren laten bungelen, als ze hersteld zijn en aan het werk kunnen, dan moeten we ze hier ook in stimuleren.

Vele leden hebben gevraagd naar wat ik dan versta onder periodiek herbeoordelen, wat stel ik nu eigenlijk voor?

Als we het hebben over herbeoordelingen kunnen we drie dingen niet los van elkaar zien:
1) de herstelprognose bij de claimbeoordeling en
2) de opvolging daarvan in de uitvoering.
3) de afwezigheid van een wettelijke verankering, een haakje

Zonder een wettelijk haakje ben je er niet zeker van dat er continuïteit is in beleid, dat de herstelprognose wordt opgevolgd en dat mensen niet uit het zicht verdwijnen. Omdat dit een management inschatting is waar geen wet- en regelgeving voor bestaat.

Ik hou niet van overregulering, maar heb tot nu toe geen andere manier gevonden hoe er voor te zorgen dat beoordelingen geregeld plaats vinden.

Het is zaak om maatwerk te leveren, maar wel met een wettelijke verankering. Dit kan bijvoorbeeld door vast te leggen dat iedereen aan het eind van de herstelprognose herbeoordeeld moet worden.

Vele van u hebben ook gesproken over wat ik dan voorstel om mensen weer aan het werk te helpen. Dat is niet eenvoudig. Re-integratie is niet altijd effectief. Wat het UWV nu doet is in vele gevallen niet effectief, dat hebben de begrotingsonderzoeken die we als Kamer hebben uitgevoerd, ook aangetoond.
Dus we moeten op zoek naar wat wel werkt: Inmiddels zijn er rapporten verschenen met effectief beleid, individuele plaatsing & steun IPS voor mensen met psychische klachten. Ook iets eenvoudigs als het hebben van een rijbewijs, een startkwalificatie (65% in de WGA 80-100 heeft geen startkwalificatie) of basiscomputervaardigheden kunnen de kans op werk al enorm vergroten. Dus zet hier dan het schaarse re-integratiegeld op in, zou ik zeggen!

Slotwoord

Ieder van ons heeft wel iemand in ons midden waarvoor we de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen in Nederland willen behouden. Mensen die ons dierbaar zijn en die ooit werkten, maar dat door ziekte nooit meer kunnen. Dat is de reden waarom velen met mij willen zorgen dat dit vangnet ook in de toekomst behouden blijft. Dat kan alleen door de arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen exclusief te houden voor hen die er echt niet zonder kunnen.

Leave your comment