Debat met minister Asscher over de jaarverslagen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

26 juni 2014

Debat met minister Asscher over de jaarverslagen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Voorzitter,

De totale uitgaven onder het SZA-kader €150 miljoen hoger uitgevallen dan voorzien bij de begroting 2013. Het Sociale Zekerheidskader laat nu als enige van de deelkaders een overschrijding zien. Dat vindt de VVD jammer. We gaan ervan uit dat het de minister volgend jaar lukt binnen het kader te blijven, evenals zijn collega van VWS en Financiën.

Voorzitter, Ik dank de rapporteurs Potters en Lucas, en natuurlijk de mensen van het Bureau Onderzoek Rijksuitgaven voor hun inzet. In het rapport staan voor de VVD twee punten centraal: Fraudebeleid en de effectiviteit van banenplannen. Ik ga eerst in op de banenplannen.

De overheid creëert geen banen, dat doen ondernemers. Zo is sinds jaar en dag het standpunt van de VVD. We respecteren echter de afspraken die in het sociaal akkoord zijn gemaakt over de sectorplannen. We zien echter graag een goede verantwoording van de 600 miljoen die in totaal wordt uitgegeven.

Voorzitter,

De minister grossiert in plannen, bijna wekelijks wordt een nieuw banenplan gepresenteerd. 100 miljoen voor banen in de zorg, 120 miljoen voor de bouw, de schilders kunnen aan de slag, jonge docenten worden kansen geboden, 20 miljoen voor de auto- en rijwielbranche, de metaal, transport en logistiek en laten we vooral het regioplan in Noord-Veluwe niet vergeten. Ook deze week is weer aan plan gelanceerd, dit keer 34 miljoen speciaal voor ouderen.

Voorzitter,

“Wij vinden dat we met de 600 miljoen in deze tijd zo veel mogelijk moeten bereiken. Die moet echte banen opleveren en kansen voor jongeren. Daar houden we aan vast. Iemand zegt: wat doen ze toch moeilijk met die sectorplannen; het is zo weinig geld en er worden nog eisen gesteld ook. Dan zeg ik: inderdaad, er worden eisen gesteld, want we gaan het geld niet zomaar weggeven of over de balk smijten; we willen er iets voor terug.”Ik citeer minister Asscher, in het algemeen overleg arbeidsmarktbeleid 2 juli 2013.

De vraag aan de minister is nu: wat krijgen we voor deze 600 miljoen terug? Het is de VVD onduidelijk. Het lijkt erop dat de minister zich inmiddels heeft gerealiseerd dat hij geen echte banen meer kan opleveren. In de beantwoording van de schriftelijke vragen bij dit jaarverslag geeft hij nu aan dat de plannen niet tot doel hebben werkgelegenheid te creëren, maar moeten leiden tot een betere werking van de arbeidsmarkt.

Voorzitter, de VVD is het volstrekt niet duidelijk. Wat is nu eigenlijk het doel van de minister met de sectorplannen, en hoe kunnen we als Kamer beoordelen of die doelstelling is gehaald?

In het overleg over arbeidsmarktbeleid in maart dit jaar heeft mijn vandaag afscheid nemende collega Van Nieuwenhuizen de minister herinnert aan de afspraak dat de plannen SMART zouden worden geformuleerd.

Voorzitter, waar blijft de M van meetbaar in SMART. De VVD is voor echte banen en gelooft ook niet in wonderen van 600 miljoen.

Wel horen we graag wat we dan wél mogen verwachten? Kan de minister inmiddels aangeven hoeveel banen er bij zijn gekomen? En waarop mogen we de minister afrekenen in de toekomst? Graag zien we concrete criteria waaraan de effectiviteit kan worden gemeten.

Voorzitter,

Fraude is de bijl aan de wortel van het draagvlak voor de sociale zekerheid. Toezicht en handhaving moeten ervoor zorgen dat frauduleus gedrag wordt gecorrigeerd en voorkomen. Zo blijft het draagvlak voor onze sociale voorzieningen houdbaar. Ook hier ziet de VVD graag dat er met harde munt wordt afgerekend. Gisteren hebben we hier ook uitgebreid over gesproken. Daarom horen we in de rapportages van de minister graag terug hoe effectief de fraude-handhaving is geweest en hoe we dit kunnen afmeten. Welke parameters gebruikt de minister om te beoordelen of beleid geslaagd is of gefaald heeft. Een aantal concrete voorbeelden: Hoeveel onterecht verstrekte uitkeringen zijn terug gehaald, welk deel hiervan ge-exporteerd was? Hoeveel misstanden in arbeidsomstandigheden of malafide praktijken zijn er opgespoord? En vindt de minister dan dat de Inspectie dit goed doet, waarvan we uitgaan, of niet? Waar kunnen we dat aan afmeten.

Voorzitter,

De minister informeert de Kamer regelmatig over de cijfers in de kinderopvang. Dat vindt de VVD een goede zaak. Maar deze informatie zou aan waarde kunnen winnen als uit deze cijfers conclusies volgen voor het beleid, zoals de rapporteurs ook adviseren.

Zowel de Algemene Rekenkamer (ARK) als de beide rapporteurs staan naar de mening van de VVD terecht uitgebreid stil bij de vaststelling dat de uitgaven aan de kinderopvangtoeslag in 2012 en 2013 ruim 500 miljoen euro lager uitvallen dan begroot. Voor 2014 heeft het ministerie nu alweer een bijstelling aangekondigd van 79 miljoen euro. De trend van een grotere uitval dan voorzien, zet zich dus voort.

Tot slot voorzitter,

De VVD vindt het een goede zaak dat de minister het Sociaal Cultureel Planbureau heeft gevraagd om nadere uitleg te geven over onderliggende oorzaken van deze trend. De kinderopvangtoeslag is een relatief jonge regeling die bovendien conjunctuurgevoelig is. Dat is ook van invloed op de raming. De VVD wil graag dat de minister zich committeert om de expertise binnen het departement en de Rijksoverheid in te zetten om de ramingsmodellen te verbeteren, zodat dezer stabieler worden in de voorspelling van de jaarlijkse uitgaven aan kinderopvang. Kan de minister dit toezeggen?

Leave your comment